Uitspraak
17.6369 PW
8 augustus 2017, 17/518 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, welke door het college werd ingetrokken wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar ex-partner. Het college vorderde vervolgens de bijstandskosten terug over bepaalde perioden. Appellante maakte geen bezwaar tegen de intrekking, waardoor dit besluit onherroepelijk werd.
Het college verklaarde het bezwaar tegen de terugvordering ongegrond en stelde het terugvorderingsbedrag iets bij. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het college ten onrechte de kosten van bezwaar niet had vergoed, wat de Raad gegrond verklaarde.
De Raad oordeelde dat het college het terugvorderingsbedrag terecht had vastgesteld en dat er geen dringende redenen waren om terugvordering te verminderen. Wel was het college onjuist in de afwijzing van de vergoeding van de kosten van bezwaar, omdat het terugvorderingsbesluit deels was herroepen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van de kosten van bezwaar en proceskosten, inclusief griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de kostenvergoeding betreft, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en proceskosten.