ECLI:NL:CRVB:2019:1215
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar invaliditeitspensioen PTSS militair met motiveringsgebrek over slaapscore
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar mate van invaliditeit wegens PTSS in verband met haar militaire dienst. De staatssecretaris heeft het bezwaar deels gegrond verklaard door een verergerend dienstverband aan te nemen, maar de mate van invaliditeit vastgesteld op 7,92%, onvoldoende voor een invaliditeitspensioen.
Appellante bestreed scores in verschillende subrubrieken van de beperkingenlijst, waaronder mobiliteit, slapen, communicatieve vaardigheden en omgaan met stress. De Raad volgde de staatssecretaris in de meeste punten, waarbij de stukken uit 2008 doorslaggevend waren boven latere verklaringen van appellante.
Wel werd appellante gevolgd in haar standpunt dat de score in de subrubriek slapen onjuist was gemotiveerd, omdat nachtmerries over Afghanistan onterecht werden meegewogen terwijl zij daar nooit was geweest. Dit motiveringsgebrek werd echter gepasseerd omdat het niet leidde tot een hogere invaliditeitsgraad.
Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard, met een motiveringsgebrek over de slaapscore dat wordt gepasseerd, en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.