ECLI:NL:CRVB:2019:1274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als woonbegeleider, vroeg een WIA-uitkering aan wegens lichamelijke en psychische klachten na een auto-ongeluk. Het UWV weigerde de uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar beperkingen, ondersteund door aanvullende medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat de medische informatie onvoldoende steun bood voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid en dat de functies passend waren. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.