ECLI:NL:CRVB:2019:1307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat op grond van artikel 8:82 Awb Pro griffierecht verschuldigd is voor het verzoek om voorlopige voorziening, en dat verzoeker meerdere malen is gewezen op de verplichting tot betaling binnen de gestelde termijnen.
Omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan, wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 8:83, derde lid, Awb.
Een proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 4 april 2019.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.