ECLI:NL:CRVB:2019:1484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens verblijf buiten Nederland zonder dringende redenen
Appellant diende een aanvraag om bijstand in, die door het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard werd afgewezen omdat appellant niet in Nederland woonde. Dit werd ondersteund door uitschrijving uit de basisregistratie personen per 30 maart 2015. Appellant betoogde dat er sprake was van een acute noodsituatie en dat hij zijn minderjarige kinderen uit Indonesië had opgehaald vanwege verwaarlozing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd overwogen dat appellant de noodzakelijke feiten en omstandigheden niet aannemelijk had gemaakt en geen bewijsstukken overlegd had ter onderbouwing van de dringende noodsituatie.
De Raad oordeelde dat het territorialiteitsbeginsel en de wettelijke bepalingen in de Participatiewet (artikelen 11 en 13) verhinderen dat appellant bijstand ontvangt zolang hij niet in Nederland verblijft. De hardheidsclausule (artikel 16) werd niet toegepast wegens gebrek aan bewijs van levensbedreigende omstandigheden. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellant niet in Nederland woonde en geen dringende redenen aannemelijk maakte.