ECLI:NL:CRVB:2019:151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig inpakker, meldde zich ziek met lichamelijke klachten en ontving een Ziekengelduitkering. Het UWV stelde na medisch onderzoek door een verzekeringsarts vast dat appellant per 11 januari 2016 geschikt was voor zijn laatste arbeid en beëindigde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geschiktheid overtuigend was gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellant ernstige OSAS en psychische klachten aan, waaronder een depressieve stoornis, waardoor hij zich niet in staat achtte de maatgevende arbeid te verrichten. De Raad beoordeelde het medisch dossier en concludeerde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het standpunt voldoende onderbouwde, mede gelet op aanvullende rapporten en de observaties tijdens de hoorzitting.
De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en vond dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant vanaf 11 januari 2016 geen recht meer had op ziekengeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziekengelduitkering van appellant is terecht per 11 januari 2016 beëindigd na zorgvuldig medisch onderzoek.