ECLI:NL:CRVB:2019:152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking hoger beroep wegens administratieve vergissing in WIA-toeslagzaak
Appellante ontvangt sinds 2012 een WIA-uitkering en sinds 2013 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Na haar verzoek om met behoud van uitkering naar Turkije te verhuizen, beëindigde het UWV de toeslag per 1 januari 2017. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
Tijdens de procedure trok de gemachtigde van appellante het beroep digitaal in, vermoedelijk per abuis door het verkeerde dossiernummer aan te klikken. De rechtbank beschouwde het beroep als ingetrokken en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat een intrekking in principe niet kan worden herroepen.
In hoger beroep stelde appellante dat sprake was van een administratieve vergissing en dat het beroep niet bedoeld was in te trekken. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak een intrekking na afloop van de termijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van dwaling die niet aan de betrokkene is toe te rekenen of dwang of bedrog.
Omdat geen van deze uitzonderingen van toepassing was en de gemachtigde de intrekking zelfs na bevestiging nogmaals heeft bevestigd, oordeelde de Raad dat de intrekking niet herroepen kan worden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en een veroordeling in proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de intrekking van het beroep niet kan worden herroepen en wijst het beroep af.