Uitspraak
17.4806 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geschikt was voor de voorgestelde functies. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was gemotiveerd en dat hij meer arbeidsongeschikt was.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de conclusies over belastbaarheid goed waren gemotiveerd en dat appellant geen aanvullende medische gegevens had overgelegd. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.