ECLI:NL:CRVB:2019:158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak AWBZ
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 22 augustus 2017 betreffende een AWBZ-zaak. De Raad heeft het verzoek behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen en het zorgkantoor zich heeft laten vertegenwoordigen.
De Raad heeft getoetst of het verzoek voldeed aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro, die voorschrijven dat herziening alleen mogelijk is bij feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren bij de verzoeker en die, indien zij eerder bekend waren geweest bij de Raad, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.
De Raad constateerde dat de door verzoeker aangevoerde nadere beschrijving van begeleidingsdoelen grotendeels betrekking had op feiten die al vóór de uitspraak bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn. Nieuwe feiten of omstandigheden die aan de wettelijke criteria voldoen, werden niet aangetroffen. Het verzoek was dan ook een poging tot een hernieuwde discussie op basis van reeds bekende gegevens, hetgeen niet is toegestaan.
Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep het verzoek tot herziening afgewezen en geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de onherroepelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.