ECLI:NL:CRVB:2019:1651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokinkomsten en contant geld
Appellant ontving bijstand vanaf 1 juli 2013. Het college beëindigde de bijstand per 1 januari 2016 en vorderde €2.203,34 terug wegens niet gemelde gokinkomsten en contant geld van €6.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad stelt vast dat appellant inderdaad gokactiviteiten verrichtte en contant geld bezat. Het niet melden van deze feiten schendt de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het argument dat appellant geen winst behaalde en meer verloor dan won, doet hier niet aan af.
Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken recht op bijstand te hebben ondanks de schending. De Raad bevestigt dat het college terecht de bijstand introk en terugvordering toepaste. Het hoger beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.