ECLI:NL:CRVB:2019:168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies voor loongerelateerde WGA-uitkering
Appellant, die sinds december 2011 arbeidsongeschikt is als gevolg van diverse lichamelijke klachten, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65%. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2014 en een daaropvolgend bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid in 2016 verhoogd naar 72,15%, zonder wijziging in de uitkeringshoogte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 19 oktober 2015 niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit van 26 april 2016 af, waarbij werd geoordeeld dat het medische en arbeidskundige onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen, met name aan zijn handen, onvoldoende waren meegewogen en dat hij volledig arbeidsongeschikt zou moeten zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV voldoende zorgvuldig en overtuigend is gemotiveerd. De Functionele Mogelijkheden Lijst uit 2014, waarop het besluit is gebaseerd, houdt rekening met zowel lichamelijke als psychische klachten. Het aanvullende rapport van de bedrijfsarts bevatte onvoldoende concrete medische onderbouwing en was ongedateerd. De Raad bevestigt tevens dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant.
Gelet op deze overwegingen wordt het hoger beroep afgewezen en blijft de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en de geschiktheid van de functies ongewijzigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid en geschiktheid van functies blijft ongewijzigd.