ECLI:NL:CRVB:2019:1685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding bestuursrechtelijke premie op AOW-pensioen zonder toetsing beslagvrije voet
Appellante ontvangt een AOW-pensioen waarop de Sociale verzekeringsbank (Svb) op verzoek van het CAK een bestuursrechtelijke premie inhoudt. Appellante stelde dat de Svb bij deze inhouding geen rekening hield met haar beslagvrije voet, waardoor zij te weinig AOW-pensioen ontvangt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de Svb op grond van artikel 18f, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet verplicht is de premie in te houden zoals door het CAK bepaald. De Svb hoeft niet te toetsen of na inhouding een bedrag gelijk aan het sociaal minimum resteert.
De Raad bevestigt daarmee de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Svb de bestuursrechtelijke premie mag inhouden zonder rekening te houden met de beslagvrije voet.