ECLI:NL:CRVB:2019:1686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nabestaandenuitkering afgewezen wegens ontbreken ANW-verzekering echtgenote bij overlijden
Appellant, woonachtig in Servië, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van zijn echtgenote in Servië, die tot haar overlijden een WAO-uitkering ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenote niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat anderen in vergelijkbare situaties wel een uitkering ontvingen en dat het Verdrag tussen Nederland en Joegoslavië onduidelijk is. Tevens stelde hij dat het UWV een overlijdensuitkering had toegekend waarvan hij een deel niet had ontvangen.
De Raad oordeelde dat de echtgenote niet verzekerd was voor de ANW omdat zij niet in Nederland woonde of werkte en geen vrijwillige verzekering had afgesloten na het vervallen van de verplichte verzekering per 1 januari 2000. Ook kon appellant geen aanspraak maken op grond van het bilaterale verdrag, aangezien de echtgenote niet daadwerkelijk verzekerd was volgens de Servische wetgeving. Betalingskwesties met het UWV konden niet in deze procedure worden behandeld.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat zijn echtgenote niet verzekerd was voor de ANW bij overlijden.