Uitspraak
18.4849 WIA
OVERWEGINGEN
,te worden bevestigd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 2011 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 6 april 2015, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit en stelde dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij een onafhankelijke deskundige inschakelde die extra beperkingen constateerde. Deze werden door de verzekeringsarts bezwaar en beroep overgenomen, maar leidden niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan 35%.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor verdergaande beperkingen. Ook acht de Raad de geselecteerde functies passend. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.