ECLI:NL:CRVB:2019:1719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële positie
De zaak betreft het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin de aanvraag om bijstand van appellant is afgewezen. De beoordeling richt zich op de periode van 18 januari 2017 tot en met 10 februari 2017.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat voor het vaststellen van het recht op bijstand de financiële situatie van de aanvrager essentieel is. Appellant draagt de bewijslast en heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn levensonderhoud voorafgaand aan de aanvraag. Hoewel bankafschriften aantonen dat appellant vanaf oktober 2016 maandelijks circa €185 ontving van de Belastingdienst, is niet aannemelijk gemaakt dat dit bedrag voldoende was om in het levensonderhoud te voorzien.
Ook de grotere bedragen die appellant in december 2016 en januari 2017 ontving, veranderen hier niets aan. Appellant stelde dat hij leefde met hulp van vrienden en zijn toenmalige vriendin, maar heeft dit niet met objectief bewijs onderbouwd. De Raad acht de bewijsnood niet zodanig dat dit van appellant niet kon worden verwacht. De afwijzing van de aanvraag blijft daarom gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.