ECLI:NL:CRVB:2019:1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens niet-verzekerde periodes in het buitenland
Appellant heeft een AOW-pensioen toegekend gekregen met een korting van 22% vanwege circa elf jaar niet-verzekerde periodes, veroorzaakt door werkzaamheden in het buitenland. De Sociale verzekeringsbank (Svb) baseerde deze korting op gegevens van bevoegde buitenlandse organen en het eigen overzicht van appellant.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen de besluiten van de Svb afgewezen, waarbij werd geoordeeld dat appellant onvoldoende had aangetoond premies te hebben betaald tijdens de buitenlandse periodes. In hoger beroep betoogde appellant dat hij altijd in Nederland woonde en belasting betaalde, en daarom recht zou hebben op een volledig AOW-pensioen.
De Raad oordeelt dat de Svb zorgvuldig heeft gehandeld en dat de niet-verzekerde periodes terecht zijn vastgesteld op basis van betrouwbare gegevens. De periodes waarin appellant niet onder Nederlandse wetgeving viel, zijn ook door appellant zelf erkend. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerde periodes in het buitenland.