ECLI:NL:CRVB:2019:1745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken woonplaats in gemeente Rijswijk
Appellante diende een aanvraag om bijstand in met terugwerkende kracht vanaf 16 december 2016, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk werd afgewezen wegens het ontbreken van een woonplaats in de gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van de wijkagent en buurtbewoners, voldoende waren om te concluderen dat appellante in de relevante periodes geen woonplaats in Rijswijk had. Appellante gaf aan haar sociale netwerk in een andere plaats te hebben en verrichtte betalingen in die omgeving.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden, maar de Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wegens het ontbreken van woonplaats in de gemeente Rijswijk wordt bevestigd.