Uitspraak
18.1116 ANW
OVERWEGINGEN
15 juli 2016/26 juli 2016 de arbeidsdeskundige van het Uwv de klachten van appellante, haar beperkingen en de geschiktheid van de functies voor appellante met de verzekeringsarts heeft besproken.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van arbeidsongeschiktheid van meer dan 45%. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft dit geweigerd op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek door het UWV, dat concludeerde dat appellante niet arbeidsongeschikt is in de zin van de Algemene nabestaandenwet (ANW).
De rechtbank Rotterdam heeft het bezwaar van appellante tegen deze weigering ongegrond verklaard, waarbij is vastgesteld dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een juiste weergave is van haar belastbaarheid en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties passend zijn. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, met name aan de luchtwegen, zijn onderschat en dat de functies mogelijk niet passend zijn vanwege blootstelling aan stoffen en dampen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep in wezen een herhaling is van eerdere bezwaren en bevestigt de rechtbankuitspraak. Er is geen nieuwe medische informatie die twijfel zaait over de vastgestelde beperkingen. De Raad stelt vast dat de FML en de arbeidskundige beoordeling de beperkingen voldoende weerspiegelen en dat de geselecteerde functies medisch en arbeidskundig passend zijn. De weigering van de nabestaandenuitkering wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.