ECLI:NL:CRVB:2019:1793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende geschiktheid schoonmaakwerk
Appellante was werkzaam als schoonmaakster toen zij zich ziek meldde met een klapvoet en later buikklachten hield na een operatie. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering op grond van een verzekeringsarts die haar geschikt achtte voor haar laatste werk. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen door buikklachten en andere aandoeningen onderschat waren en dat zij niet geschikt was voor haar schoonmaakwerk vanwege de fysieke belasting. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat appellante vanwege chronische pijnklachten en andere gezondheidsproblemen niet geschikt was voor het schoonmaakwerk dat veel tillen, buigen en staan vereist.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het UWV-besluit onterecht was. De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, herroept het UWV-besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is herroepen omdat appellante niet geschikt was voor haar schoonmaakwerk.