ECLI:NL:CRVB:2019:1843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, werkzaam als assistente-groepsbegeleidster, viel op 1 december 2008 uit en ontving aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2015 beëindigde het UWV de uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, maar verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en zette de uitkering voort met 100% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht geen IVA-uitkering toekende omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was; er was een nieuwe diagnose gesteld en een intensieve behandeling gestart die verbetering van belastbaarheid mogelijk maakte. Appellante stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen IVA-uitkering werd toegekend en dat een verzwaarde motiveringsplicht gold.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank. De verzekeringsarts had een concrete en toereikende onderbouwing gegeven dat de functionele mogelijkheden van betrokkene nog kunnen toenemen, mede door een uitgestelde behandeling van een autismespectrumstoornis. De verwachting van verbetering op langere termijn was voldoende gemotiveerd, waardoor het hoger beroep faalde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht geen IVA-uitkering heeft toegekend omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.