ECLI:NL:CRVB:2019:193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens te late indiening bij terugvordering bijstand
Appellante ontving bijstand sinds september 2013 en werd geconfronteerd met een besluit van het dagelijks bestuur om de bijstand terug te vorderen wegens het niet melden van samenwoning. Het bezwaar tegen dit besluit werd te laat ingediend en niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat appellante geen bewijs had geleverd van een tijdig ingediend bezwaarschrift en dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel tijdig bezwaar had gemaakt, maar kon dit niet aantonen met verifieerbaar bewijs. Het dagelijks bestuur kon ook geen aanwijzingen geven van eerder contact over een bezwaarschrift. De Raad onderschreef de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wordt bevestigd.