Uitspraak
18 1182 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
de periode van 1 december 2013 tot en met 31 oktober 2015 herzien en de over deze periode gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 12.686,14 van hem teruggevorderd. Aan besluit 2 heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen of onvoldoende verifieerbare inlichtingen te verstrekken over de contante stortingen en door derden bijgeschreven bedragen op zijn bankrekening. Het college heeft daarom de stortingen en bijschrijvingen als inkomsten aangemerkt en deze bedragen van appellant teruggevorderd.