ECLI:NL:CRVB:2019:1993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en uitkeringsrecht WIA en Ziektewet na psychische klachten
Appellante was werkzaam als pedagogisch medewerkster toen zij zich in juli 2012 ziek meldde met diverse klachten, waaronder psychische. Na beëindiging van haar dienstverband in december 2013 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering. Appellante meldde zich later opnieuw ziek met toegenomen klachten en diende bezwaar en beroep in tegen besluiten van het UWV die haar uitkeringsrechten ontzagen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verwijzing naar het Sinaï Centrum een wijziging in behandelwijze betrof, maar geen toename van beperkingen. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad concludeerde dat de medische informatie geen aanwijzing gaf voor een toename van psychische beperkingen.
De Raad stelde vast dat de specialistische behandeling bij het Sinaï Centrum voortkwam uit een gewijzigde visie op de behandeling en niet uit een verslechtering van de klachten. Ook bleek uit de medische dossiers dat de belastbaarheid op 3 augustus 2015 niet was afgenomen ten opzichte van augustus 2014. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijk deskundige werd afgewezen omdat het UWV-onderzoek overtuigend was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken en oordeelde dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering per 3 december 2014 en geen recht op ziekengeld per 3 augustus 2015. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op WIA-uitkering en ziekengeld wegens onvoldoende toename van psychische beperkingen.