ECLI:NL:CRVB:2019:2049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsnorm wegens door derde betaalde woonlasten
Appellanten ontvingen bijstand en woonden aanvankelijk bij de ouders van appellant, later in een stacaravan waarvan de standplaatskosten door de ouders werden betaald. Het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe trok de bijstand in en verleende later bijstand met een verlaging van de norm wegens het ontbreken van woonlasten. Appellanten voerden aan dat de ouders de woonlasten als lening voorschoten en dat zij verplicht waren deze terug te betalen zodra zij inkomsten hadden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij daadwerkelijk woonkosten hadden of een terugbetalingsverplichting. De door appellanten overgelegde verklaringen en leenovereenkomst tonen slechts financiële ondersteuning, geen daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling.
Gelet hierop is de verlaging van de bijstandsnorm terecht toegepast op grond van artikel 27 PW Pro en de beleidsregels van de gemeente Neder-Betuwe. Het hoger beroep slaagt niet en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsnorm wegens door derden betaalde woonlasten wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.