ECLI:NL:CRVB:2019:2064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening WAO-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, werkzaam als software-engineer, was sinds 1985 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving vanaf 1986 een uitkering op grond van de AAW en WAO. In 1988 werd de uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. In 2016 verzocht appellant het UWV om terug te komen op dit besluit, stellende dat de diagnose autisme, vastgesteld na 1988, een nieuw feit zou zijn dat tot herziening zou moeten leiden.
Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de diagnose autisme niet als nieuw feit kon worden aangemerkt, aangezien de beperkingen en psychische problematiek al in eerdere rapporten waren opgenomen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde vast dat de diagnose autisme geen nieuwe feiten of omstandigheden oplevert die tot herziening van het besluit kunnen leiden. Ook de stelling dat bij de oorspronkelijke beoordeling geen rekening is gehouden met werkloosheid werd verworpen omdat dit bezwaar reeds in 1988 had kunnen worden ingebracht. Het beroep faalt en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het WAO-besluit uit 1988 wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.