ECLI:NL:CRVB:2019:2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek eigenrisicodrager tot oplegging maatregel wegens benadelingshandeling afgewezen
Werknemer was in dienst van betrokkene, een eigenrisicodrager in de zin van de Ziektewet, en beëindigde zijn dienstverband per 8 januari 2015. Betrokkene verzocht het UWV om een maatregel tot blijvende, gehele weigering van het ziekengeld wegens een vermeende benadelingshandeling, omdat werknemer tijdens ziekte ontslag had genomen. Het UWV wees dit verzoek aanvankelijk toe, maar trok de maatregel later in en kende werknemer alsnog een ZW-uitkering toe.
Betrokkene maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit, dat het UWV ongegrond verklaarde met het standpunt dat geen sprake was van benadeling van de fondsen zoals bedoeld in artikel 45 ZW Pro, omdat het ziekengeld door de eigenrisicodrager werd verstrekt. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit te nemen, stellende dat geen onderscheid gemaakt mocht worden tussen werknemers van eigenrisicodragers en anderen.
In hoger beroep stelde het UWV dat het ziekengeld niet ten laste kwam van de in artikel 45 genoemde Pro fondsen en dat werknemer deze fondsen niet had benadeeld. De Raad bevestigde dat artikel 45 ZW Pro ten tijde van het bestreden besluit niet was gewijzigd om eigenrisicodragers als benadeelde entiteit te noemen, waardoor het UWV terecht de maatregel weigerde. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend op 26 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en de maatregel tot weigering van ziekengeld wordt niet opgelegd.