ECLI:NL:CRVB:2019:2093
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak afgewezen
Appellanten hadden hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en binnen de gestelde termijn geen gronden waren ingediend.
Namens appellanten werd verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad stelde vast dat de gemachtigde van appellanten geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om binnen de bij aangetekende brief van 14 januari 2019 gestelde termijn van vier weken de gronden van het verzet in te dienen.
Er werden geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het verzuim van appellanten konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis op 28 juni 2019.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard.