ECLI:NL:CRVB:2019:2095
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdige betaling griffierecht in sociale zekerheidszaak
Verzoekster heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De oorspronkelijke niet-ontvankelijkverklaring was gebaseerd op het niet tijdig betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.
Tijdens de zitting van 17 mei 2019 verschenen partijen niet. Verzoekster voerde in verzet aan dat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt en verzocht om heroverweging en een nieuwe nota voor betaling van het griffierecht.
De Raad oordeelde dat verzoekster geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen. Een beroep op betalingsonmacht was niet tijdig gedaan. Het wettelijke kader biedt geen ruimte voor een nieuwe betalingstermijn. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder nieuwe termijn toe te kennen.