Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2019:2103

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 juni 2019
Publicatiedatum
28 juni 2019
Zaaknummer
18/2167 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrondverklaring verzet wegens tijdige indiening herzieningsgronden medische aard

Verzoeker had een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze was aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet tijdig waren ingediend en verzoeker in verzuim zou zijn geweest.

In het verzet is echter gebleken dat verzoeker niet in verzuim is geweest en tijdig zijn gronden heeft ingediend. De medische gesteldheid van verzoeker, die in de eerdere procedure onvoldoende was betrokken, vormde de grond voor het verzoek om herziening.

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere beslissing van 25 september 2018 en besluit het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier M.A.A. Traousis, en uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2019.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 28 juni 2019
18/2167 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 oktober 2017, 16/5231
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 25 september 2018 heeft de Raad het door verzoeker ingestelde verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 mei 2019, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 25 september 2018 berust op de overwegingen dat de gronden van het verzoek om herziening niet tijdig zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat verzoeker niet in verzuim is geweest en tijdig gronden heeft ingediend. Verzoeker heeft namelijk in zijn brief van 26 juni 2018 toegelicht dat de reden van zijn verzoek om herziening is gelegen in zijn medische gesteldheid die in de vorige procedure onvoldoende bij de beoordeling is betrokken.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
25 september 2018 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) M.A.A. Traousis

KS