ECLI:NL:CRVB:2019:2113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal op grond van Bbz 2004 wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellante, die sinds 2011 bijstand ontvangt, vroeg op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) bedrijfskapitaal aan om een Afrikaans restaurant te starten. Zij overhandigde een ondernemingsplan met optimistische omzet- en winstverwachtingen. Het college vroeg advies aan het Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf (IMK), dat concludeerde dat de onderneming niet levensvatbaar was vanwege een te optimistische en onvoldoende onderbouwde omzetprognose.
Het college wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat de besluitvorming onzorgvuldig was en dat haar omzetprognose realistisch en onderbouwd was.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar bezwaren te uiten en dat het college terecht het deskundige advies van het IMK had gevolgd. De omzetverwachtingen van appellante waren gebaseerd op eigen verwachtingen zonder voldoende onderbouwing, terwijl het IMK een gedegen onderbouwde prognose gaf. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de aanvraag.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel op 25 juni 2019.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bedrijfskapitaal wegens niet-levensvatbaarheid wordt bevestigd.