ECLI:NL:CRVB:2019:220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.I. van de Kris
- Rechtspraak.nl
Nieuwe uitlooptermijn bij beëindiging WIA-uitkering vereist nieuw medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als monteur bouwkundige brandpreventie, werd per 20 oktober 2015 beëindigd van zijn WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar verklaarde het UWV de uitkering voortgezet tot 16 mei 2016, rekening houdend met een nieuwe uitlooptermijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was.
In hoger beroep stelt appellant dat het onderzoek onzorgvuldig was en zijn depressieve stoornis en wisselende belastbaarheid onvoldoende zijn meegewogen. Het UWV handhaafde de datum in geding op 20 oktober 2015 en sloot latere medische wijzigingen uit. De Raad oordeelt dat de datum in geding door de nieuwe uitlooptermijn is verschoven naar 16 mei 2016, waardoor het UWV alle relevante medische gegevens tot die datum moet betrekken.
De Raad stelt vast dat het UWV het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen acht weken het gebrek te herstellen door een nieuw medisch onderzoek en een nadere arbeidskundige beoordeling, waarna het besluit opnieuw gemotiveerd kan worden gehandhaafd of herzien.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herzien met een nieuw medisch onderzoek waarbij de datum in geding 16 mei 2016 wordt aangehouden.