ECLI:NL:CRVB:2019:2222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schuld kinderopvang en tandartskosten bevestigd
Appellant, een bijstandsgerechtigde alleenstaande ouder, verzocht bijzondere bijstand voor aflossing van een schuld bij een kinderdagverblijf en voor tandartskosten. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees deze aanvragen af, op grond dat schulden niet voor bijstand in aanmerking komen en dat voor tandartskosten een collectieve aanvullende zorgverzekering als voorliggende voorziening geldt.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en wees schadevergoedingsverzoeken af. Appellant stelde dat het college onjuist had gehandeld door hem te adviseren de aanvraag in te dienen en dat de schuld voortkwam uit voorwaarden die het college stelde. De Raad oordeelde dat artikel 13 PW Pro dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor uitzonderingen buiten artikel 49 PW Pro, welke niet van toepassing is.
Ook klachten over bejegening door het college en het sociaal wijkteam konden niet in deze procedure worden beoordeeld; hiervoor is een klachtenprocedure volgens de Awb beschikbaar. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af omdat geen sprake was van een onrechtmatig besluit of handeling. De betaling van kosten door het sociaal wijkteam in het kader van een maatwerkvoorziening maakte de afwijzing niet onrechtmatig.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en wees alle beroepen en verzoeken af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor schuld kinderopvang en tandartskosten wordt bevestigd en verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.