ECLI:NL:CRVB:2019:2267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-aanvraag wegens ontbreken verzekeringsgeschiedenis in Nederland
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De eerste aanvraag in 2002 werd afgewezen omdat appellant nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Deze beslissing werd onherroepelijk na afwijzing van bezwaar en beroep.
In 2015 diende appellant een nieuwe aanvraag in met aanvullende verklaringen en getuigenverklaringen om zijn werkzame periode in Nederland aan te tonen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven om het eerdere besluit te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat de ingebrachte feiten niet als nieuw konden worden aangemerkt. De Svb had nader onderzoek gedaan maar vond geen bewijs dat appellant in Nederland had gewoond of gewerkt.
In hoger beroep heeft appellant zijn stellingen herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank volledig en bevestigt de afwijzing van de aanvraag. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de AOW-aanvraag wordt bevestigd omdat appellant geen nieuwe feiten heeft aangevoerd en niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt.