ECLI:NL:CRVB:2019:2305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijzondere bijstand in de vorm van lening voor inrichtingskosten
Appellant, die bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtings- en stofferingskosten vanwege een verhuizing na echtscheiding. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende bijzondere bijstand toe, deels om niet en deels als lening. Na bezwaar werd het bedrag aan lening verhoogd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college de bijstand volledig om niet had moeten verstrekken of in ieder geval een groter deel daarvan, omdat hij de lening niet binnen een redelijke termijn kan terugbetalen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als lening te verstrekken. Het beleid van het college, waarbij de lening wordt toegekend tenzij sprake is van een schuldhulpverleningstraject, is niet onredelijk. Er is geen noodzaak om bij de lening rekening te houden met een draagkrachtprincipe zoals bij boetes. Ook het bedrag voor stofferingskosten is passend gezien het huishouden en de woonruimte van appellant.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het college om bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen als lening toe te kennen.