ECLI:NL:CRVB:2019:2309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
College mag inkomsten verrekenen en bijstand terugvorderen op grond van de Participatiewet
Appellant ontvangt sinds 13 juni 2013 bijstand, aanvankelijk toegekend op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2015 en 2016 ontving appellant teruggaven van betaalde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over de jaren 2013 tot en met 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen verrekende deze teruggaven met de bijstand en vorderde bijstand terug over de periode van juni 2013 tot en met mei 2016.
Appellant stelde dat de verrekening en terugvordering nietig waren omdat de bijstand op grond van de WWB was toegekend en niet op grond van de Participatiewet (PW), en dat het overgangsrecht dit niet toestond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat met ingang van 1 januari 2015 de WWB is vervangen door de PW, en dat besluiten genomen op grond van de WWB gelden als besluiten op grond van de PW. Hierdoor mocht het college de bepalingen van de PW toepassen op de bijstand van appellant. De artikelen die de verrekening en terugvordering regelen, zijn zowel in de WWB als de PW opgenomen met dezelfde strekking. Het overgangsrecht staat de verrekening en terugvordering niet in de weg.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het college terecht de teruggaven heeft verrekend met de bijstand en de bijstand heeft teruggevorderd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het college mocht op grond van de Participatiewet de inkomsten verrekenen en de bijstand terugvorderen; het hoger beroep wordt verworpen.