ECLI:NL:CRVB:2019:2325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in zaak Algemene nabestaandenwet
Verzoekster heeft bij brief van 30 april 2018 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 februari 2018, waarin haar beroep tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) ongegrond werd verklaard.
De Svb had aanvankelijk op 23 december 2011 geweigerd haar een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet toe te kennen. Diverse rechtsgangen volgden, waarbij het bezwaar en beroep van verzoekster telkens werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad overweegt dat herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoekster heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die aan deze criteria voldoen.
Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 juli 2019.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.