ECLI:NL:CRVB:2019:2326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel rechtbank over duurzaam gescheiden leven in AOW-situatie
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarbij zijn AOW-pensioen werd herzien naar een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag, omdat uit onderzoek bleek dat hij niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard vanwege een onrechtmatig huisbezoek, maar oordeelde ook dat er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank baseerde zich daarbij op verklaringen van appellant en zijn echtgenote en de feitelijke situatie, zoals het gezamenlijk eigendom van een pand en het verrichten van kluswerkzaamheden.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij en zijn echtgenote niet als gehuwd konden worden aangemerkt, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad stelde vast dat appellant gehuwd is en dat er onvoldoende bewijs is voor duurzaam gescheiden leven, mede gelet op het contact tussen echtgenoten en de praktische omstandigheden.
Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.