ECLI:NL:CRVB:2019:234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en resterende verdiencapaciteit zonder wijziging WGA-uitkering
Appellante, werkzaam als cultureel opbouwmedewerkster, heeft een herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheidspercentage en resterende verdiencapaciteit gevraagd wegens verslechterde gezondheid. Het UWV stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 53,05% en de resterende verdiencapaciteit op € 1.738,62 per maand, zonder gevolgen voor de WGA-vervolguitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het bestreden besluit vanwege een onjuiste medische grondslag.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geconcludeerd dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft alle relevante informatie beoordeeld, waaronder eerdere rapporten en medische gegevens van behandelaars. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling, ook niet ten aanzien van het ontbreken van een urenbeperking.
De Raad heeft het verzoek van appellante om een onafhankelijke deskundige te benoemen afgewezen, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd heeft waarom aanvullende beperkingen zijn aangenomen en waarom een urenbeperking niet noodzakelijk is. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies is overtuigend gemotiveerd door de arbeidsdeskundige.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling van het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid en restverdiencapaciteit zonder wijziging van de WGA-vervolguitkering.