ECLI:NL:CRVB:2019:2364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet gemelde handel via Marktplaats
Appellant had vanaf juni 2014 bijstand ontvangen, die in januari 2016 werd ingetrokken. In juli 2016 vroeg hij opnieuw bijstand aan. Tijdens het onderzoek naar deze aanvraag bleek dat appellant via Marktplaats computers en accessoires verkocht, zonder hiervan melding te maken bij zijn aanvraag.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees de aanvraag af omdat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door zijn handelsactiviteiten niet te melden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onterecht was gestart en dat het pinnen van geld in maart 2016 niet relevant was voor de situatie in juli 2016. De Raad oordeelde echter dat het college bevoegd was onderzoek te doen naar relevante feiten, waaronder de handel via Marktplaats, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het niet melden van handelsactiviteiten via Marktplaats.