ECLI:NL:CRVB:2019:2398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen wegens niet levensvatbaar bedrijf
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, ter dekking van algemeen noodzakelijke kosten en bedrijfskapitaal.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat het bedrijf niet levensvatbaar zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is, onder meer omdat hij een franchise filiaal met klantenbestand overneemt.
De Raad oordeelde dat het door het college ingebrachte deskundigenrapport onvoldoende marktvraag en winstverwachting aantoonde. Appellant had onvoldoende concrete gegevens aangeleverd ter onderbouwing van zijn verwachtingen. Ook de stelling dat hij een filiaal met klantenbestand overneemt werd niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter E.C.R. Schut op 23 juli 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bijstand zelfstandigen wordt bevestigd.