Appellant, werkzaam bij de gemeente sinds 2003, verzocht om bevordering naar de functie van senior juridisch adviseur (schaal 11). Het college van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af op basis van het personeelsdossier en overgelegde e-mails, waaronder een e-mail van 8 september 2010.
Appellant stelde in hoger beroep dat uit deze e-mail een toezegging van zijn toenmalige leidinggevende bleek dat hij zou worden bevorderd. De Raad oordeelde echter dat deze e-mail en overige stukken geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging bevatten. Wel werd erkend dat een eventuele bevordering onderzocht zou worden, maar dit vormde geen toezegging.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd daarom verworpen. De Raad bevestigde het eerdere besluit en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in de proceskosten.