Uitspraak
18 1499 PW, 18/1500 PW, 18/1501 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van in totaal € 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd geconfronteerd met een onaangekondigd huisbezoek door medewerkers van de gemeente. Tijdens dit bezoek weigerde zij de identiteit van een aanwezige man in haar woning te verstrekken. Het college trok daarop haar bijstand in wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij volledige medewerking had verleend en dat verdere identificatie onnodig was, aangezien het college al wist wie de man was. De Raad oordeelde dat het college ten onrechte stelde dat het niet verstrekken van de identiteit een schending van de medewerkingsplicht vormde, omdat appellante bevestigde dat de man haar vriend was.
Desondanks bevestigde de Raad het besluit tot intrekking van de bijstand omdat het huisbezoek onmogelijk werd gemaakt door de houding van appellante en de aanwezige man, die een bedreigende sfeer creëerden. Appellante en haar gemachtigde waren niet op de zitting verschenen, waardoor de Raad de feiten zoals door het college gesteld aannam. De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens schending van de medewerkingsplicht door het onmogelijk maken van het huisbezoek.