ECLI:NL:CRVB:2019:2464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juistheid vastgestelde beperkingen bij WIA-uitkering na medisch deskundigenonderzoek
Appellant, werkzaam als fulltime schoonmaker, ontving een WGA-uitkering met een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van rond 70%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2014 voerde het UWV aanvullend onderzoek uit en handhaafde de mate van arbeidsongeschiktheid.
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV. De rechtbank benoemde meerdere deskundigen, waaronder een psychiater, een klinisch neuropsycholoog en een verzekeringsarts. De rapporten verschilden in conclusies, waarbij vooral de verzekeringsarts Stammers het standpunt van het UWV ondersteunde dat er geen aanwijzingen zijn voor toegenomen beperkingen sinds 2012.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende onderbouwing maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat er geen grond is om de vastgestelde beperkingen in de FML te betwijfelen. Het verzoek om benoeming van een nieuwe onafhankelijke deskundige wordt afgewezen omdat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft ingebracht die tot een ander oordeel leiden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.