Uitspraak
17.5916 WIA
mr. S. Benayad verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Z. Seyban.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als kapster, meldde zich arbeidsongeschikt op 12 april 2014. Het UWV weigerde op 18 maart 2016 een WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar op 31 oktober 2016. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische rapporten van verzekeringsartsen zorgvuldig en consistent waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met een brief van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en met haar medicatiegebruik en klachten. Ook stelde zij dat de geselecteerde functies te belastend waren. Het UWV onderbouwde haar standpunt met aanvullende rapporten. De Raad oordeelde dat de aangevoerde gronden vooral een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die aanleiding gaven tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen.
De Raad bevestigde dat, uitgaande van de vastgestelde belastbaarheid, appellante in staat is de geselecteerde functies te vervullen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.