ECLI:NL:CRVB:2019:2469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens 11,14% arbeidsongeschiktheid na arbeidskundige herbeoordeling
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, ontving sinds 1995 meerdere keren een WAO-uitkering vanwege psychische klachten en longproblemen. Na diverse herbeoordelingen werd haar arbeidsongeschiktheid in 2013 vastgesteld op 25-35%, maar een latere arbeidskundige beoordeling in 2016 bracht dit terug naar 11,14%, waarop het UWV haar WAO-uitkering introk.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking en voerde aan dat haar beperkingen niet waren verminderd en dat de arbeidsongeschiktheid onterecht was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) niet was gewijzigd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij ook aanvullende medische informatie was betrokken. De Raad concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld op 11,14% en dat de intrekking van de WAO-uitkering correct was. De Raad wees het beroep van appellante af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wegens een arbeidsongeschiktheid van 11,14% wordt bevestigd.