ECLI:NL:CRVB:2019:249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als warehouse operator, heeft zich ziek gemeld met fysieke en later psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medische onderzoeken en functionele mogelijkhedenlijsten (FML) vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de WIA-uitkering af.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordelingen als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beoordeelde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegenomen en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in hoger beroep geen nieuwe medische informatie heeft overgelegd die aanleiding geeft tot een ander oordeel. De Raad onderschrijft de eerdere conclusies dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen correct zijn vastgesteld. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.