ECLI:NL:CRVB:2019:2494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening nabetaling en verrekening terugvordering bijstand
In deze zaak staat de berekening van een aan appellante na te betalen bedrag van € 3.354,88 en de verrekening van een teruggevorderd bedrag van € 1.304,27 aan te veel betaalde bijstand centraal.
Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam die deze nabetaling en verrekening betreffen. Het college verklaarde deze bezwaren ongegrond. De rechtbank Rotterdam oordeelde eveneens dat de berekeningen van het college juist en voldoende onderbouwd waren, en wees het beroep van appellante af.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De gronden van appellante in hoger beroep zijn grotendeels herhalingen van eerdere bezwaren. Het college heeft in het verweerschrift opnieuw uitgebreid en gedetailleerd de bedragen toegelicht. Appellante heeft geen nieuwe argumenten aangevoerd die aanleiding geven tot een ander oordeel.
De Raad ziet geen reden om de berekeningen van het college te betwijfelen en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan en de griffier was verhinderd te ondertekenen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekeningen van het college worden bevestigd.