Uitspraak
18.3629 ZVW, 18/4204 ZVW
CAK
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat van CAK een griffierecht van € 508,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een geschil over het opleggen van een dwangsom aan het CAK wegens het niet-tijdig beslissen op een bezwaar van betrokkene tegen een brief van 3 februari 2017, waarin een acceptgiro werd gestuurd voor bestuursrechtelijke premie.
De rechtbank had geoordeeld dat tegen deze brief geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstond en daarom geen dwangsom kon worden opgelegd, maar dat CAK wel een beslissing op bezwaar moest nemen. Zowel betrokkene als CAK gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de brief van 3 februari 2017 geen besluit in de zin van de Awb is en dat het bezwaar van betrokkene niet ontvankelijk is. De rechtbank heeft terecht geen dwangsom opgelegd omdat geen bezwaar openstond tegen de brief. Beide hoger beroepen worden verworpen en CAK wordt veroordeeld tot betaling van het griffierecht.
De uitspraak benadrukt de grenzen van bestuursrechtelijke rechtsbescherming bij facturen en acceptgiro's die geen besluit vormen en bevestigt dat misbruik van recht kan worden tegengegaan door niet-ontvankelijkheid van bezwaar.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen dwangsom wordt opgelegd wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar tegen een brief zonder bestuursrechtelijk besluitkarakter en verklaart beide hoger beroepen ongegrond.