ECLI:NL:CRVB:2019:2627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid zonder urenbeperking
Appellante was werkzaam als tomatenplukster/inpakster toen zij zich ziek meldde vanwege klachten na een verkeersongeval. Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering per 14 september 2016 na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts, die haar geschikt achtte voor haar laatst verrichte arbeid.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij zij aanvoerde dat zij door aanhoudende klachten beperkt was en een urenbeperking noodzakelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanleiding bestond voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde zij een huisartsenrapport, maar de Raad oordeelde dat dit onvoldoende nieuwe medische informatie bevatte. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had begrijpelijk gemotiveerd dat er geen aanknopingspunten waren voor een urenbeperking. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.