ECLI:NL:CRVB:2019:2636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WGA-vervolguitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig montagemedewerker, voerde meerdere keren toegenomen arbeidsongeschiktheid aan, onder meer door knie-, rug-, gehoor- en psychische klachten. Het UWV stelde echter na diverse medische onderzoeken en arbeidsdeskundige rapportages vast dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen sinds de eerdere WIA-beoordeling, en handhaafde de WGA-vervolguitkering.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarbij zij de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de gemotiveerde arbeidskundige beoordelingen onderschreef. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant slechts kort in de veronderstelling verkeerde dat er geen passende functies waren, zonder dat hierop werd gehandeld.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een toename van beperkingen. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies bleef ongewijzigd. Het hoger beroep slaagde niet, en de aangevallen uitspraken werden bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-vervolguitkering terecht ongewijzigd is voortgezet en verklaart het hoger beroep ongegrond.